‘GVU 100 jaar’

Tekst en samenstelling: Ferry Bosman;
Uitgave: GVU, Utrecht, 2004;
Vormgeving en druk: Coers en Roest ontwerpers bno | drukkers, Arnhem
140 pagina’s full color, meer dan 350 illustraties en foto’s
prijs: € 25,00 exclusief € 2,40 verzendkosten

Dit boek geeft een goed overzicht van het openbaar vervoer in Utrecht vanaf het begin in 1878. Eerst was er de paardentram naar Zeist van de Stichtsche Tramway, vanaf 1889 reed de Utrechtsche Tramweg Maatschappij (UTM) een echte stadsdienst. Maar de nieuwe tijd met elektriciteit diende zich aan en Utrecht overwoog een eigen centrale op te richten. Vanaf 1906 paste daarbij de exploitatie van een gemeentelijke elektrische stadstram en het stadsbestuur wist vanaf dat moment de vertrouwde paardentram op niet al te elegante wijze op een zijspoor te rangeren. Het succes van de Gemeente Tram Utrecht (GTU) werd al spoedig overschaduwd door financiële problemen als gevolg van de Eerste Wereldoorlog en niet lang nadien was er de autobus die voor concurrentie en hoofdbrekens zorgde. Vanaf 1926 had Utrecht zelf ook zijn eerste stadsbussen en met de uitbreiding van de stad won dit vervoermiddel terrein. Tussen 1936 en 1938 werd het trambedrijf geleidelijk omgezet in een busbedrijf. Tijdens de Duitse bezetting verzorgden autobussen met gasgeneratoren op beperkte schaal openbaar vervoer in de Domstad. Chauffeurs werden ook ingezet voor het hakken van houtblokjes voor deze gasgeneratoren. Het vervoer in Utrecht lag tussen september 1944 en juni 1945 stil. De interlokale tram van de NBM naar Zeist vormde het eerste vervoer na de oorlog, de bus was er op beperkte schaal eind 1945 weer. In de jaren vijftig kwamen er lichtblauwe bussen, merk Leyland, en de schaalgrootte van het Gemeentelijk Elektriciteits en Vervoerbedrijf Utrecht (GEVU) nam toe. Om de stijgende kosten in de jaren zestig te drukken, werden vanaf 1966 gezamenlijk met Amsterdam, Rotterdam en Den Haag standaard stadsbussen besteld. Deze rode stadsbussen waren groot en ruim van opzet, hadden een brede instapdeur stempelautomaten en twee uitstapdeuren, die pasten bij grote nieuwe stadswijken als Overvecht en Kanaleneiland. Kort nadien werden de vervoersverboden voor het streekvervoer binnen de stadsgrenzen opgeheven. Midden jaren 70 werden elektriciteitsbedrijf en vervoerbedrijf gescheiden en de naam werd gewijzigd in Gemeente Vervoerbedrijf Utrecht (GVU). Omdat het gemeentebestuur van Utrecht zich strikt beperkte tot vervoer binnen die stadsgrenzen, werd de sneltram naar Nieuwegein een project van NS en streekvervoer. Toch bleef de introductie van die sneltram in 1983 niet zonder consequenties voor het GVU, die z’n dienstregeling naar Kanaleneiland behoorlijk uitgedund zag. Bovendien ontstond vanaf 1989 een regelmatige discussie over invoering van een tram naar het drukke Universiteitscentrum De Uithof. Aanvankelijk volstonden (wit-blauwe) gelede bussen, maar in 2002 stapte men als eerste stad in Nederland op dubbel gelede bussen. Die vonden hun weg naar de Uithof en nadien Leidse Rijn over busbanen die voldeden aan het zogeheten Hoogwaardige Openbaar Vervoer. Toen in GVU in 2004 de aftrap gaf voor het 100-jarig jubileum was de gehele vloot vernieuwd met wit-blauw materieel en hoorde het rode-bussen-tijdperk tot het verleden.